¡Intentemos algo!
Laten we iets proberen!


¡Intentemos algo!
Laat ons iets proberen.

Tengo que irme a dormir.
Ik moet gaan slapen.

¿Qué estás haciendo?
Wat doe je?

¿Qué estás haciendo?
Wat ben je aan het doen?

¿Qué es eso?
Wat is dat?

¡Hoy es 18 de junio y es el cumpleaños de Muiriel!
Vandaag is het 18 juni en het is de verjaardag van Muiriel!

¡Feliz cumpleaños, Muiriel!
Gelukkige verjaardag Muiriel!

¡Feliz cumpleaños, Muiriel!
Gefeliciteerd met je verjaardag, Muiriel!

Ahora, Muiriel tiene 20 años.
Muiriel is nu 20 jaar oud.

La contraseña es "Muiriel".
Het wachtwoord is "Muiriel".

Volveré pronto.
Ik ben zo terug.

No tengo palabras.
Ik heb er geen woorden voor.

Esto no acabará nunca.
Hier komt nooit een eind aan.

Simplemente no sé qué decir...
Ik weet niet wat te zeggen...

Era un conejo malo.
Dat was een slecht konijn.

Yo estaba en las montañas.
Ik was in de bergen.

¿Es una foto reciente?
Is dit een recente foto?

No sé si tengo tiempo.
Ik weet niet of ik tijd heb.

Por alguna razón, el micrófono no había funcionado hasta entonces.
Om de één of andere reden werkte de microfoon tot nu toe niet.

Todo el mundo debe aprender por sí mismo al final.
Tenslotte moet iedereen zelf leren.

La educación en este mundo me decepciona.
Het onderwijs in deze wereld valt me tegen.

El aprendizaje no debe ser forzado, sino estimulado.
Men moet niet dwingen te leren. Leren moet men aanmoedigen.

Es una tarea difícil elegir qué está "bien" o "mal", pero has de hacerlo.
Het is moeilijk te zeggen wat goed is en wat niet, maar toch moet het.

Eso no va a cambiar nada.
Dat zal niets aan de zaak veranderen.

Eso no va a cambiar nada.
Dat zal er niets aan veranderen.

Eso va a costar 30 €.
Dat zal € 30,- kosten.

Eso va a costar 30 €.
Dit gaat 30 € kosten.

Gano 100 € al día.
Ik verdien €100 per dag.

Quizás me dé pronto por vencido y en lugar de eso me eche una siesta.
Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Eso es porque no quieres estar solo.
Dat is omdat je niet alleen wilt zijn.

Eso no va a pasar.
Dat zal niet gebeuren.

A veces él puede ser un chico raro.
Soms kan hij een vreemde jongen zijn.

Me voy a esforzar por no molestarte en tus estudios.
Ik zal proberen je niet te storen bij het leren.

Sólo puedo preguntarme si acaso es lo mismo para todos los demás.
Ik kan me alleen maar afvragen, of het hetzelfde is voor alle anderen.

Supongo que es diferente cuando lo consideras a largo plazo.
Ik denk dat de zaak er wat anders voor staat wanneer je hierover nadenkt op de lange termijn.

No te preocupes.
Maak je geen zorgen.

No te preocupes.
Maak je maar geen zorgen.

Los llamaré cuando regrese mañana.
Ik bel ze morgen, wanneer ik weer terug ben.

Siempre me gustaron más los personajes misteriosos.
Ik heb altijd meer van mysterieuze personages gehouden.

Deberías dormir.
Je zou moeten slapen.

Deberías dormir.
Je zou beter slapen.

Les dije que me mandaran otro boleto.
Ik heb ze gezegd dat ze me nog een ticket moeten opsturen.

Eres tan impaciente conmigo.
Je hebt zo weinig geduld met me.

No puedo vivir así.
Ik kan zo niet leven.

Una vez quise ser astrofísico.
Ooit wilde ik astrofysicus worden.

Nunca me gustó la biología.
Ik heb nooit van biologie gehouden.

La última persona a la que le conté mi idea pensó que yo estaba loco.
De vorige persoon aan wie ik mijn idee vertelde, dacht dat ik gestoord was.

Si el mundo no fuera como es, yo podría confiar en cualquiera.
Als de wereld niet was zoals ze is, zou ik iedereen kunnen vertrouwen.

Desafortunadamente es verdad.
Helaas is het waar.