# es/cortes.xml.gz
# nl/keyzer.xml.gz
(src)="s1.1"> ¡ En el nombre de Alá , el Compasivo , el Misericordioso !
(trg)="s1.1"> In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God .
(src)="s1.2"> Alabado sea Alá , Señor del universo ,
(trg)="s1.2"> Lof aan God , meester des heelals .
(src)="s1.3"> el Compasivo , el Misericordioso ,
(trg)="s1.3"> Den lankmoedige , den albarmhartige .
(src)="s1.4"> Dueño del día del Juicio ,
(trg)="s1.4"> Rechter op den dag des gerichts .
(src)="s1.5"> A Ti solo servimos y a Ti solo imploramos ayuda .
(trg)="s1.5"> U bidden wij aan , Uwe hulp roepen wij in .
(src)="s1.6"> Dirígenos por la vía recta ,
(trg)="s1.6"> Voer ons langs den rechten weg .
(src)="s1.7"> la vía de los que Tú has agraciado , no de los que han incurrido en la ira , ni de los extraviados .
(trg)="s1.7.0"> Langs den weg dergenen , die zich in Uwe weldaden verheugen .
(trg)="s1.7.1"> Niet langs den weg dergenen , die Uwen toorn hebben opgewekt , en niet op dien der dwalenden .
(src)="s2.1"> ` lm .
(trg)="s2.1"> A. L. M.
(src)="s2.2"> Ésta es la Escritura , exenta de dudas , como dirección para los temerosos de Alá ,
(trg)="s2.2"> Dit is het boek , waaromtrent geen twijfel bestaat ; de richtsnoer van de godvreezenden ,
(src)="s2.3"> que creen en lo oculto , hacen la azalá y dan limosna de lo que les hemos proveído .
(trg)="s2.3"> Van hen , die de mysteriën gelooven , het gebed nauwlettend doen , en weldaden verspreiden van de bezittingen , die wij hun verleenen .
(src)="s2.4"> creen en lo que se te ha revelado a ti y antes de ti , y están convencidos de la otra vida .
(trg)="s2.4"> Van hen , die aan openbaringen gelooven , u van boven gezonden en voor u gezonden ; van hen die aan het volgend leven gelooven .
(src)="s2.5"> Ésos son los dirigidos por su Señor y ésos los que prosperarán .
(trg)="s2.5"> Zij alleen zullen door hunnen Heer worden geleid ; zij alleen zullen welzalig zijn .
(src)="s2.6"> Da lo mismo que adviertas o no a los infieles : no creen .
(trg)="s2.6"> Den boozen is het gelijk , of gij hun de waarheid verkondigt of niet .
(src)="s2.7"> Alá ha sellado sus corazones y oídos ; una venda cubre sus ojos y tendrán un castigo terrible .
(trg)="s2.7"> God heeft hunne harten en ooren verzegeld , hunne oogen geblinddoekt en eene verschrikkelijke straf wacht hen .
(src)="s2.8"> Hay entre los hombres quienes dicen : « Creemos en Alá y en el último Día » , pero no creen .
(trg)="s2.8"> Er zijn menschen , die zeggen : " Wij gelooven aan God en aan het jongste gericht , " en toch behooren zij niet tot het getal der geloovigen .
(src)="s2.9"> Tratan de engañar a Alá y a los que creen ; pero , sin darse cuenta , sólo se engañan a sí mismos .
(trg)="s2.9"> Zij trachten God en de geloovigen te misleiden ; maar zij zullen slechts zich zelven misleiden , en begrijpen het niet .
(src)="s2.10.0"> Sus corazones están enfermos y Alá les ha agravado su enfermedad .
(src)="s2.10.1"> Tendrán un castigo doloroso por haber mentido .
(trg)="s2.10"> Eene ziekte zetelt in hunne harten , en God zal die slechts doen toenemen ; eene pijnlijke straf blijft hun bewaard ; want zij hebben de profeten voor leugenaars gehouden .
(src)="s2.11"> Cuando se les dice : « ¡ No corrompáis en la tierra ! » , dicen : « Pero ¡ si somos reformadores ! »
(trg)="s2.11"> Als men hun zegt : " Verleidt de wereld toch niet " dan antwoorden zij : " Verre van daar , wij zijn rechtschapen lieden . "
(src)="s2.12.0"> ¡ No son ellos , en realidad , los corruptores ?
(src)="s2.12.1"> Pero no se dan cuenta .
(trg)="s2.12"> Helaas ! zij misleiden de wereld , maar zij begrijpen het niet .
(src)="s2.13.0"> Cuando se les dice : « ¡ Creed como creen los demás ! » , dicen : « ¿ Es que vamos a creer como creen los tontos ? »
(trg)="s2.13.0"> Zegt men hun : " Gelooft toch , gelijk zoo veel anderen gelooven , " dan antwoorden zij : " Zullen wij gelooven als de zotten ? "
(src)="s2.13.1"> Son ellos los tontos , pero no lo saben .
(trg)="s2.13.1"> Helaas ! zij zelven zijn zotten , maar zij gevoelen het niet .
(src)="s2.14.0"> Cuando encuentran a quienes creen , dicen : « ¡ Creemos ! »
(src)="s2.14.1"> Pero , cuando están a solas con sus demonios , dicen : « Estamos con vosotros , era sólo una broma » .
(trg)="s2.14"> Ontmoeten zij geloovigen , dan zeggen zij : " Wij gelooven ook , ' " maar zoodra zij weder bij hunne verleiders zijn , zeggen zij : " Wij houden het met u , en deze bespotten wij slechts . "
(src)="s2.15"> Alá les devolverá la broma y les dejará que persistan en su rebeldía , errando ciegos .
(trg)="s2.15"> Maar God zal met hen spotten : Hij zal hen langen tijd in hunne dwaling laten , onzeker heen en weder geslingerd .
(src)="s2.16.0"> Ésos son los que han trocado la Dirección por el extravío .
(src)="s2.16.1"> Por eso , su negocio no ha resultado lucrativo y no han sido bien dirigidos .
(trg)="s2.16"> Zij zijn het , die de dwaling voor de munt der waarheid gekocht hebben ; maar hun handel heeft hun geen winst opgebracht ; want zij zijn van den rechten weg afgedwaald .
(src)="s2.17.0"> Son como uno que alumbra un fuego .
(src)="s2.17.1"> En cuanto éste ilumina lo que le rodea , Alá se les lleva la luz y les deja en tinieblas : no ven .
(trg)="s2.17"> Zij gelijken op hem , die een vuur ontsteekt en dat , wanneer het zijn licht op de omringende voorwerpen heeft geworpen , door God wordt uitgebluscht , hen in de duisternis latende opdat zij niet kunnen zien .
(src)="s2.18"> Son sordos , mudos , ciegos , no se convierten .
(trg)="s2.18"> Doof , stom en blind zijn zij en kunnen daarom op den afgelegden weg niet terugkeeren .
(src)="s2.19.0"> O como si viniera del cielo una nube borrascosa , cargada de tinieblas , truenos y relámpagos .
(src)="s2.19.1"> Se ponen los dedos en los oídos contra el rayo , por temor a la muerte .
(src)="s2.19.2"> Pero Alá cerca a los infieles .
(trg)="s2.19"> Of zij zijn gelijk aan hen , die , wanneer een van regen zwangere wolk met donder en weêrlicht van den hemel nederdaalt , voor het gerol van den donder en omdat zij den dood vreezen , hunne ooren met hunne vingers dichtstoppen , terwijl God de ongeloovigen aan alle zijden aangrijpt .
(src)="s2.20.0"> El relámpago les arrebata casi la vista .
(src)="s2.20.1"> Cuando les ilumina , caminan a su luz ; pero , cuando les oscurece , se detienen .
(trg)="s2.20.0"> Weinig is er slechts noodig , opdat de bliksem hun het gezicht ontroove ; als de bliksem alles om hen heen verlicht , wandelen zij in zijn licht ; wordt het weder duister om hen heen , dan staan zij onbewegelijk .
(src)="s2.20.2"> Si Alá hubiera querido , les habría quitado el oído y la vista .
(src)="s2.20.3"> Alá es omnipotente .
(trg)="s2.20.1"> Als God slechts wilde , zou Hij hen van het gezicht en gehoor berooven ; want Hij is Almachtig .
(src)="s2.21.0"> ¡ Hombres !
(src)="s2.21.1"> Servid a vuestro Señor , Que os ha creado , a vosotros y a quienes os precedieron .
(src)="s2.21.2"> Quizás , así , tengáis temor de Él .
(trg)="s2.21"> Menschen dient uwen Heer , die u en uwen voorgangers heeft geschapen , opdat gij Hem vereert .
(src)="s2.22.0"> Os ha hecho de la tierra lecho y del cielo edificio .
(trg)="s2.22.0"> Hij heeft u de aarde tot een tapijt en den hemel tot een overwelfsel gegeven .
(src)="s2.22.1"> Ha hecho bajar agua del cielo , mediante la cual ha sacado frutos para sustentaros .
(trg)="s2.22.1"> Hij laat het water van den hemel stroomen , om vruchten tot uw onderhoud voort te brengen .
(src)="s2.22.2"> No atribuyáis iguales a Alá a sabiendas .
(trg)="s2.22.2"> Stel dus geen gelijke naast God , tegen beter weten aan .
(src)="s2.23"> Si dudáis de lo que hemos revelado a Nuestro siervo , traed una sura semejante y , si es verdad lo que decís , llamad a vuestros testigos en lugar de llamar a Alá .
(trg)="s2.23"> Twijfelt gij aan het boek , dat wij onzen dienaar hebben geopenbaard , brengt dan , al is het slechts een der hoofdstukken voort , die het bevat , roept uwen getuigen buiten God ter hulp , indien gij waarheid spreekt .
(src)="s2.24"> Pero , si no lo hacéis -y nunca podréis hacerlo- , guardaos del fuego cuyo combustible lo constituyen hombres y piedras , y que ha sido preparado para los infieles .
(trg)="s2.24"> Doet gij dit niet , en gij zult het niet doen , vreest dan voor de ongeloovigen het vuur dat menschen en steenen verteert .
(src)="s2.25.0"> Anuncia la buena nueva a quienes creen y obran bien : tendrán jardines por cuyos bajos fluyen arroyos .
(src)="s2.25.1"> Siempre que se les dé como sustento algún fruto de ellos , dirán : « Esto es igual que lo que se nos ha dado antes » .
(trg)="s2.25.0"> Verkondig hun die gelooven en wel doen , dat zij tuinen tot woonplaats zullen hebben , van beken doorsneden , Iederen keer als zij eenig voedsel van de vruchten dier tuinen zullen nemen , zullen zij uitroepen : " Ziedaar de vruchten , waarmede wij ons vroeger hebben gevoed " , zoo zullen zij daarop gelijken .
(src)="s2.25.2"> Pero se les dará algo sólo parecido .
(src)="s2.25.3"> Tendrán esposas purificadas y estarán allí eternamente .
(trg)="s2.25.1"> Daar zullen zij reine en onbevlekte vrouwen vinden , en eeuwig zullen zij daar verwijlen .
(src)="s2.26.0"> Alá no se avergüenza de proponer la parábola que sea , aunque se trate de un mosquito .
(trg)="s2.26.0"> Voorwaar God behoeft zich niet te schamen , vergelijkingen met insecten of nog kleinere voorwerpen te maken .
(src)="s2.26.1"> Los que creen saben que es la Verdad , que viene de su Señor .
(src)="s2.26.2"> En cuanto a los que no creen , dicen : « ¿ Qué es lo que se propone Alá con esta parábola ? »
(trg)="s2.26.1"> De geloovigen wisten , dat slechts waarheid van hunnen Heer komt ; maar de ongeloovigen zeggen : " Wat heeft God met deze vergelijkingen bedoeld ?
(src)="s2.26.3"> Así extravía Él a muchos y así también dirige a muchos .
(src)="s2.26.4"> Pero no extravía así sino a los perversos .
(trg)="s2.26.2"> Hij doet velen daardoor dwalen en wijst anderen daardoor terecht , maar slechts de boozen zullen dwalen .
(src)="s2.27"> Quienes violan la alianza con Alá después de haberla concluido , cortan los lazos que Alá ha ordenado mantener y corrompen en la tierra , ésos son los que pierden .
(trg)="s2.27"> Die het met God aangegane verbond verbreken ; die het door hem vereenigde zullen scheiden , die verderf op aarde stichten , zullen ondergaan .
(src)="s2.28"> ¿ Cómo podéis no creer en Alá , siendo así que os dio la vida cuando aún no existíais , que os hará morir y os volverá a la vida , después de lo cual seréis devueltos a Él ?
(trg)="s2.28.0"> Hoe kunt gij God verloochenen ?
(trg)="s2.28.1"> Gij waart eens dood ; Hij heeft u het leven hergeven en Hij zal u weder dooden en weder levend maken ; dan zult gij eens tot hem terugkeeren ?
(src)="s2.29.0"> Él es Quien creó para vosotros cuanto hay en la tierra .
(src)="s2.29.1"> Y subió al cielo e hizo de él siete cielos .
(src)="s2.29.2"> Es omnisciente .
(trg)="s2.29"> Hij is het , die alles op de aarde voor u geschapen heeft , daarna den hemel uitbreidde en dien tot zeven hemelen maakte ; Hij , de alwetende . "
(src)="s2.30.0"> Y cuando tu Señor dijo a los ángeles : « Voy a poner un sucesor en la tierra » .
(src)="s2.30.1"> Dijeron : « ¿ Vas a poner en ella a quien corrompa en ella y derrame sangre , siendo así que nosotros celebramos Tu alabanza y proclamamos Tu santidad ? »
(trg)="s2.30.0"> Toen God tot de engelen zeide : " Ik wil een stadhouder op aarde plaatsen , " zeiden zij : " Zult Gij er een plaatsen , die daar wanorde sticht en bloed vergiet ?
(trg)="s2.30.1"> Wij echter zingen Uw lof en heiligen U. "
(src)="s2.30.2"> Dijo : « Yo sé lo que vosotros no sabéis » .
(trg)="s2.30.2"> Hij zeide echter ; " Ik weet wat gij niet weet . "
(src)="s2.31"> Enseñó a Adán los nombres de todos los seres y presentó éstos a los ángeles diciendo : « Informadme de los nombres de éstos , si es verdad lo que decís » .
(trg)="s2.31"> God leerde daarop aan Adam de namen van alle dingen , en vertoonde die daarop aan de engelen , zeggende : " Noem mij de namen dezer dingen indien gij oprecht zijt . "
(src)="s2.32.0"> Dijeron : « ¡ Gloria a Ti !
(src)="s2.32.1"> No sabemos más que lo que Tú nos has enseñado .
(src)="s2.32.2"> Tú eres , ciertamente , el Omnisciente , el Sabio » .
(trg)="s2.32"> Zij antwoordden : " Geloofd zijt Gij ! wij weten slechts wat Gij ons hebt geleerd ; want Gij zijt de Alwetende , de Alwijze . "
(src)="s2.33.0"> Dijo : « ¡ Adán !
(src)="s2.33.1"> ¡ Infórmales de sus nombres ! »
(trg)="s2.33.0"> God zeide : " Adam , noem hun de namen . "
(src)="s2.33.2"> Cuando les informó de sus nombres , dijo : « ¿ No os he dicho que conozco lo oculto de los cielos y de la tierra y que sé lo que mostráis lo que ocultáis ? »
(trg)="s2.33.1"> Toen hij ( Adam ) dit had gedaan , zeide God : " Heb ik u niet gezegd , dat ik de geheimen van hemel en aarde ken , en weet wat gij bekent en wat gij verbergt ? "
(src)="s2.34.0"> Y cuando dijimos a los ángeles : « ¡ Prosternaos ante Adán ! » .
(src)="s2.34.1"> Se prosternaron , excepto Iblis .
(src)="s2.34.2"> Se negó y fue altivo : era de los infieles .
(trg)="s2.34"> En toen wij tot de engelen zeiden : " Knielt voor Adam , deden zij het , slechts Eblis weigerde ; hij was ongeloovig , " .
(src)="s2.35.0"> Dijimos : « ¡ Adán !
(src)="s2.35.1"> ¡ Habita con tu esposa en el Jardín y comed de él cuanto y donde queráis . pero no os acerquéis a este árbol !
(src)="s2.35.2"> Si no , seréis de los impíos » .
(trg)="s2.35"> Wij zeiden : " o Adam bewoon den tuin met uwe vrouw en geniet er van wat gij wilt , maar nadert dezen boom niet ; anders zult gij zondaar zijn .
(src)="s2.36.0"> Pero el Demonio les hizo caer , perdiéndolo , y les sacó del estado en que estaban .
(src)="s2.36.1"> Y dijimos : « ¡ Descended !
(src)="s2.36.2"> Seréis enemigos unos de otros .
(src)="s2.36.3"> La tierra será por algún tiempo vuestra morada y lugar de disfrute » .
(trg)="s2.36"> Maar Satan verleidde hen en dreef hen er uit , en wij zeiden ; " Weg van hier ; de een zij des anderen vijand ; de aarde zal uwe woonplaats zijn en tot tijdelijk gebruik .
(src)="s2.37.0"> Adán recibió palabras de su Señor y Éste se volvió a él .
(src)="s2.37.1"> Él es el Indulgente , el Misericordioso .
(trg)="s2.37"> Daarop leerde Adam woorden des gebeds van God , en hij keerde tot den Heer terug ; want Hij is de lankmoedige en barmhartige .
(src)="s2.38.0"> Dijimos : « ¡ Descended todos de él !
(src)="s2.38.1"> Si . pues , recibís de Mí una dirección , quienes sigan Mi dirección no tendrán que . temer y no estarán tristes .
(trg)="s2.38"> Wij zeiden : Verwijdert u van hier , Ik zal u eene leiding geven ; wie deze leiding volgt , zal vrees noch droefheid kennen .
(src)="s2.39"> Pero quienes no crean y desmientan Nuestros signos , ésos morarán en el Fuego eternamente » .
(trg)="s2.39"> Die deze echter niet gelooven en onze teekenen verloochenen , worden ten eeuwigen vure gedoemd .
(src)="s2.40.0"> ¡ Hijos de Israel !
(src)="s2.40.1"> Recordad la gracia que os dispensé y sed fieles a la alianza que conmigo concluisteis .
(src)="s2.40.2"> Entonces , Yo seré fiel a la que con vosotros concluí .
(src)="s2.40.3"> ¡ Temedme , pues , a Mí y sólo a Mí !
(trg)="s2.40"> O Kinderen Israëls bedenkt het goede , dat ik u heb gedaan ; weest getrouw aan mijn verbond ; ook ik wil daaraan getrouw zijn , en vereert slechts mij
(src)="s2.41.0"> ¡ Creed en lo que he revelado en confirmación de lo que habéis recibido !
(src)="s2.41.1"> ¡ No seáis los primeros en no creer en ello , ni malvendáis Mis signos !
(src)="s2.41.2"> ¡ Temedme , pues , a Mí . y sólo a Mí !
(trg)="s2.41"> En gelooft wat wij tot bevestiging uwer vroegere openbaring thans geopenbaard hebben , en weest niet de eersten , welk niet daaraan gelooven ; en verruil het niet met nietigheden en vereert mij .
(src)="s2.42"> ¡ No disfracéis la Verdad de falsedad , ni ocultéis la Verdad conociéndola !
(trg)="s2.42"> Kleedt de waarheid niet in het gewaad der leugen en verbergt de waarheid niet tegen beter weten aan .
(src)="s2.43"> ¡ Haced la azalá , dad el azaque e inclinaos con los que se inclinan !
(trg)="s2.43"> Doet nauwkeurig het gebed , geeft aalmoezen en buigt u met hen die zich buigen .
(src)="s2.44.0"> ¿ Mandáis a los hombres que sean piadosos y os olvidáis de vosotros mismos siendo así que leéis la Escritura ?
(trg)="s2.44.0"> Hoe zoudt gij anders de menschen tot vroomheid aansporen , zoo gij het welzijn uwer eigene ziel vergeet .
(src)="s2.44.1"> ¿ Es que no tenéis entendimiento ?
(trg)="s2.44.1"> Gij leest het boek : moet gij het dan niet ook verstaan .
(src)="s2.45.0"> ¡ Buscad ayuda en la paciencia y en la azalá !
(src)="s2.45.1"> Sí , es algo difícil , pero no para los humildes ,
(trg)="s2.45"> Roept geduld en gebed ter hulpe ; het gebed is licht voor den geloovige .
(src)="s2.46"> que cuentan con encontrar a su Señor y volver a Él .
(trg)="s2.46"> Die gelooven , dat zij eens hunnen Heer zien , en tot Hem terugkeeren zullen .
(src)="s2.47.0"> ¡ Hijos de Israel !
(src)="s2.47.1"> Recordad la gracia que os dispensé y que os distinguí entre todos los pueblos .
(trg)="s2.47"> O Kinderen Israëls , herinnert u de weldaden , die ik u heb bewezen , terwijl ik u boven alle volkeren bevoorrechtte .
(src)="s2.48"> Temed un día en que nadie pueda satisfacer nada por otro , ni se acepte la intercesión ajena , compensación ni auxilio .
(trg)="s2.48"> Vreest den dag , waarop geene ziel genoegdoening voor eene andere zal kunnen geven , geene smeeking van anderen aangenomen , waarop geen losgeld ontvangen zal worden ; waarop niets kan helpen .
(src)="s2.49.0"> Y cuando os salvamos de las gentes de Faraón , que os sometían a duro castigo , degollando a vuestros hijos varones y dejando con vida a vuestras mujeres .
(src)="s2.49.1"> Con esto os probó vuestro Señor duramente .
(trg)="s2.49"> Denkt er aan , hoe wij u van Pharaos volk hebben gered , dat u met hardheid onderdrukte , uwe zonen doodde en slechts uwe vrouwen liet leven ; dit zij u een groot bewijs voor de goedheid van uwen God .
(src)="s2.50"> Y cuando os separamos las aguas del mar y os salvamos , anegando a las gentes de Faraón en vuestra presencia .
(trg)="s2.50"> Gedenkt , hoe wij de zee ter uwer redding hebben gespleten en voor uw oogen Pharaos volk lieten verdrinken .
(src)="s2.51.0"> Y cuando nos dimos cita con Moisés durante cuarenta días .
(src)="s2.51.1"> Luego , cuando se fue , cogisteis el ternero , obrando impíamente .
(trg)="s2.51"> Gedenkt , dat , toen ik gedurende veertig nachten met Mozes sprak , gij het kalf hebt aangebeden ; en gij hebt snood gehandeld .
(src)="s2.52.0"> Luego , después de eso , os perdonamos .
(src)="s2.52.1"> Quizás , así , fuerais agradecidos .
(trg)="s2.52"> Wij hebben u later vergeven , opdat gij dankbaar zoudt zijn .
(src)="s2.53.0"> Y cuando dimos a Moisés la Escritura y el Criterio .
(src)="s2.53.1"> Quizás , así , fuerais bien dirigidos .
(trg)="s2.53"> Wij gaven Mozes de schriften en de onderscheiding , opdat gij op den rechten weg zoudt geleid worden .
(src)="s2.54.0"> Y cuando Moisés dijo a su pueblo : ¡ Pueblo !
(src)="s2.54.1"> Habéis sido injustos con vosotros mismos al coger el ternero .
(src)="s2.54.2"> ¡ Volveos a vuestro Creador y mataos unos a otros . !
(src)="s2.54.3"> Esto es mejor para vosotros a los ojos de vuestro Creador .
(src)="s2.54.4"> Así se aplacará .
(src)="s2.54.5"> Él es el Indulgente , el Misericordioso » .
(trg)="s2.54.0"> Mozes zeide tot zijn volk : Gij hebt uwe zielen door dit kalf verontreinigd , keert tot uwen Schepper terug of doodt u zelven ; dit zal uwen Schepper welgevalliger zijn .
(trg)="s2.54.1"> Hij zal zich weder tot u wenden ; want Hij is vergevensgezind en albarmhartig .
(src)="s2.55.0"> Y cuando dijisteis : « ¡ Moisés !
(src)="s2.55.1"> No creeremos en ti hasta que veamos a Alá claramente » .
(src)="s2.55.2"> Y el Rayo se os llevó , viéndolo vosotros venir .
(trg)="s2.55"> En toen gij tot Mozes zeidet : O Mozes , wij willen u niet eerder gelooven , dan na dat wij God met eigen oogen hebben gezien , toen kwam er straf over u , terwijl gij er naar zaagt .
(src)="s2.56.0"> Luego , os resucitamos después de muertos .
(src)="s2.56.1"> Quizás , así , fuerais agradecidos .
(trg)="s2.56"> Wij wekten u op na uwen dood , opdat gij het dankbaar zoudt erkennen .
(src)="s2.57.0"> Hicimos que se os nublara y que descendieran sobre vosotros el maná y las codornices : « ¡ Comed de las cosas buenas de que os hemos proveído ! »
(trg)="s2.57.0"> Wij gaven wolken om u te overschaduwen en zonden manna en kwartels , zeggende : eet van de heerlijke spijzen , die wij u hebben gegeven .
(src)="s2.57.1"> No fueron injustos con Nosotros , sino que lo fueron consigo mismos .
(trg)="s2.57.1"> Zij hadden ons geen leed gedaan , maar zich zelven .
(src)="s2.58.0"> Y cuando dijimos : « ¡ Entrad en esta ciudad , y comed donde y cuando queráis de lo que en ella haya !
(src)="s2.58.1"> ¡ Entrad por la puerta prosternándoos y decid '¡Perdón ! ' »
(trg)="s2.58.0"> Wij zeiden : Gaat in deze stad , geniet naar welbehagen van hetgeen zich daar bevindt : treedt de poort aandachtig binnen , en roept uit : Vergiffenis Heer !
(src)="s2.58.2"> Os perdonaremos vuestros pecados y daremos más a quienes hagan el bien .
(trg)="s2.58.1"> Wij willen u uwe misstappen ook vergeven , en het geluk der goeden verhoogen .
(src)="s2.59"> Pero los impíos cambiaron por otras las palabras que se les habían dicho e hicimos bajar contra los impíos un castigo del cielo por haber obrado perversamente .
(trg)="s2.59"> Maar de boozen veranderen dit woord met een ander , wat hun niet was gegeven , en wij hebben onzen toorn op de boozen uit den hemel neêrgezonden , om hunne goddeloosheid te straffen .
(src)="s2.60.0"> Y cuando Moisés pidió agua para su pueblo .
(src)="s2.60.1"> Dijimos : « ¡ Golpea la roca con tu vara ! »
(src)="s2.60.2"> Y brotaron de ella doce manantiales .
(src)="s2.60.3"> Todos sabían de cuál debían beber .
(src)="s2.60.4"> « ¡ Comed y bebed del sustento de Alá y no obréis mal en la tierra corrompiendo ! »
(trg)="s2.60.0"> Mozes bad God om water , en wij zeiden : " sla met uwen staf op de rotsen , " en er ontsprongen twaalf bronnen , opdat allen hunne bron zouden erkennen .
(trg)="s2.60.1"> Eet en drinkt van de weldaden die God u geeft , en doet geen boosheid meer op aarde .
(src)="s2.61.1"> No podremos soportar una sola clase de alimento .
(src)="s2.61.2"> ¡ Pide a tu Señor de parte nuestra que nos saque algo de lo que la tierra produce : verduras , pepinos , ajos , lentejas y cebollas ! »
(trg)="s2.61.0"> Toen zeidet gij : O Mozes ! wij kunnen niet langer immer dezelfde spijzen verdragen ; bid uwen Heer , dat hij voor ons de vruchten der aarde doe groeien , groenten , komkommers , knoflook , linzen en uien .
(src)="s2.61.3"> Dijo : « ¿ Vais a cambiar lo que es mejor por algo peor ?
(src)="s2.61.4"> ¡ Bajad a Egipto y hallaréis lo que pedís ! »
(trg)="s2.61.1"> Mozes antwoordde : " Verkiest gij het slechte boven het goede ? keert dan naar Egypte terug , daar vindt gij wat gij verlangt . "
(src)="s2.61.5"> La humillación y la miseria se abatieron sobre ellos e incurrieron en la ira de Alá .
(src)="s2.61.6"> Porque no habían prestado fe a los signos de Alá y habían dado muerte a los profetas sin justificación .
(trg)="s2.61.2"> Vernedering en armoede spreidden zich over hen uit ; zij waren in den goddelijken toorn vervallen , daar zij niet aan zijne wonderen geloofden , en brachten hunne profeten onrechtvaardig ter dood .
(src)="s2.61.7"> Porque habían desobedecido y violado la ley .
(trg)="s2.61.3"> Ziedaar het gevolg van hunne weêrspannigheid en hun geweld .
(src)="s2.62.0"> Los creyentes , los judíos , los cristianos , los sabeos , quienes creen en Alá y en el último Día y obran bien . ésos tienen su recompensa junto a su Señor .
(src)="s2.62.1"> No tienen que temer y no estarán tristes .
(trg)="s2.62"> De geloovigen , het mogen Joden , Christenen en Sabëisten zijn , indien zij slechts aan God en aan den oordeelsdag gelooven en wel doen , zullen door hunnen Heer beloond worden ; noch vrees noch droefheid zal over hen komen .
(src)="s2.63.0"> Y cuando concertamos un pacto con vosotros y levantamos la montaña por encima de vosotros : « ¡ Aferraos a lo que os hemos dado y recordad su contenido !
(src)="s2.63.1"> Quizás , así , seáis temerosos de Alá » .
(trg)="s2.63"> Toen wij het verbond met u sloten en den berg Sinaï over uw hoofd verhieven , zeiden wij : Ontvangt met vastheid hetgeen wij u geopenbaard hebben ; bedenkt den inhoud , en bewaart dien .
(src)="s2.64"> Luego , después de eso , os volvisteis atrás y , si no llega a ser por el favor de Alá en vosotros y por Su misericordia , habriáis sido de los que pierden .
(trg)="s2.64"> Maar gij zijt daarop er van afgekeerd ; en had God u niet beschermd en zich over u erbarmd , dan waart ge reeds lang verdelgd .
(src)="s2.65.0"> Sabéis , ciertamente , quiénes de vosotros violaron el sábado .
(src)="s2.65.1"> Les dijimos : « ¡ Convertíos en monos repugnantes ! »
(trg)="s2.65"> Gij wist reeds wat hun was wedervaren die den Sabbat hadden ontwijd , en tot welken wij zeiden : " Verandert in apen en zijt uit de maatschappij gestooten " .
(src)="s2.66"> E hicimos de ello un castigo ejemplar para los contemporáneos y sus descendientes , una exhortación para los temerosos de Alá .
(trg)="s2.66"> En wij lieten hen dienen tot een voorbeeld voor hunne tijdgenooten en voor hunne nakomelingen , en tot eene waarschuwing voor de vromen .
(src)="s2.67.0"> Y cuando Moisés dijo a su pueblo : « Alá os ordena que sacrifiquéis una vaca » .
(src)="s2.67.1"> Dijeron : « ¿ Nos tomas a burla ? »
(trg)="s2.67.0"> Toen Mozes tot zijn volk zeide : " God gebiedt u eene koe te offeren , " toen antwoordden zij ; " Spot gij met ons ? "
(src)="s2.67.2"> Dijo : « ¡ Alá me libre de ser de los ignorantes ! » ,
(trg)="s2.67.1"> Hij zeide : " God beware mij tot de zotten te behooren . "
(src)="s2.68.0"> Dijeron : « Pide a tu Señor de nuestra parte que nos aclare cómo ha de ser ella » .
(src)="s2.68.1"> Dijo : « Dice que no es una vaca vieja ni joven , sino de edad media .
(trg)="s2.68.0"> Zij antwoordden : " Bid uwen Heer voor ons , dat hij ons duidelijk verklare welke een koe dit zijn moet . " --"God wil , " zeide hij , " Dat dit noch eene oude koe , noch een vaars zij , maar van middelbaren ouderdom .
(src)="s2.68.2"> Haced , pues , como se os manda » .
(trg)="s2.68.1"> Doet derhalve wat u bevolen is . "
(src)="s2.69.0"> Dijeron : « Pide a tu Señor de nuestra parte que nos aclare de qué color ha de ser » .
(src)="s2.69.1"> Dijo : « Dice que es una vaca amarilla de un amarillo intenso , que haga las delicias de los que la miran » .
(trg)="s2.69"> De Israëlieten antwoordden : " Bid uwen Heer , ons duidelijk te verklaren welke kleur zij moet hebben . " --"God zeide , " antwoordde hij , " zij zijn
(src)="s2.70.0"> Dijeron : « Pide a tu Señor de nuestra parte que nos aclare cómo es , pues todas las vacas nos parecen iguales .
(src)="s2.70.1"> Así . si Alá quiere , seremos , ciertamente , bien dirigidos » .
(trg)="s2.70"> " Bid uwen Heer , ons duidelijk te verklaren hoe deze koe moet zijn ; want wij vinden wel koeien die elkander gelijken , en zij zullen dan alleen goed in onze keuze geleid worden , als God het wil . "
(src)="s2.71.0"> Dijo : « Dice que es una vaca que no ha sido empleada en el laboreo de la tierra ni en el riego del cultivo , sana , sin tacha » .
(trg)="s2.71.0"> Mozes hernam : " God zegt u : " Het zij eene koe die niet vermagerd is door het beploegen of besproeien van het veld , maar het zij eene zonder gebrek . "
(src)="s2.71.1"> Dijeron : « Ahora has dicho la verdad » .
(trg)="s2.71.1"> " Nu , " zeiden zij , " komt gij met de waarheid . "
(src)="s2.71.2"> Y la sacrificaron , aunque poco faltó para que no lo hicieran .
(trg)="s2.71.2"> Zij doodden de koe , doch er ontbrak weinig aan of zij hadden het niet gedaan .
(src)="s2.72"> Y cuando matasteis a un hombre y os lo recriminasteis , pero Alá reveló lo que ocultabais .
(trg)="s2.72"> Indien gij iemand vermoord hebt en over de daders strijdt , dan zal God uitbrengen wat gij geheim houdt .
(src)="s2.73.0"> Entonces dijimos : « ¡ Golpeadlo con un pedazo de ella ! »
(src)="s2.73.1"> Así Alá volverá los muertos a la vida y os hará ver Sus signos .
(src)="s2.73.2"> Quizás , así , comprendáis .
(trg)="s2.73"> Wij bevalen den doode met een deel der koe te slaan en God zal den doode weder levend maken ; Hij toont u zijne wonderen , opdat gij wijs zoudet worden .